Uit de hemel komt geen hagelslag

Dit is een verhaal over Evangeliërs. Een naam die de verteller gebruikt voor de evangelisch christenen waartussen hij opgroeit. Over hun gewoontes, hun woorden, hun bijeenkomsten en over de manier waarop hij uiteindelijk afscheid neemt van die wereld. Maar het is ook een verhaal over hoe hij de deur naar religie niet helemaal dicht kan gooien. Over de leegte die volgt op het verlaten van die kerk.

Het afscheid is daarom ook niet definitief. Hij besluit een slag om de arm te houden en maakt een dealtje met God. Als kind op de basisschool had hij eens een verhaaltje geschreven over een nar en een koning. De koning riep altijd heel hard ‘Hagelslag!’ wanneer hij de nar nodig had. Hij vraagt God om het heel hard hagelslag te laten regenen. Wanneer dat zou gebeuren zou hij weer nar worden aan het hof van de koning, zou hij weer toegewijd in God gaan geloven. Daar wacht hij op. Tot hij terug gaat naar de drempel van de kerk om het daar te zoeken. En dan ontdekt dat hij misschien wel wacht om het wachten zelf. En oneindig zal blijven zoeken.